De lijst van
Werelderfgoederen van de Unesco omvat gebieden of objecten die een
onvervangbaar onderdeel van het culturele of natuurlijke werelderfgoed vormen.
In 1972 werd het Werelderfgoedverdrag opgesteld om bijzondere bescherming te
bieden aan locaties die door hun universele waarde in aanmerking komen voor
behoud als onderdeel van het werelderfgoed voor toekomstige generaties. In
1977 werd het verdrag door Noorwegen geratificeerd en er staan zeven Noorse
monumenten op de lijst.
Bryggen in Bergen
In de late
middeleeuwen was Bryggen (de kade) in Bergen een centrum van levendige
internationale handelsactiviteiten. De karakteristieke parallelle rijen huizen
met puntgevels langs de waterkant zijn een uiting van een architectonische
stijl die bijna 900 jaar stand heeft weten te houden. De percelen op Bryggen
bestonden uit een of twee lange rijen huizen met een gemeenschappelijke steeg.
Ze combineerden de functies van woon- en pakhuis. Ieder perceel had een eigen
kade met een pakhuis en een wipkraan. Pas aan het begin van de 20e eeuw kwam
een einde aan het traditionele gebruik van Bryggen. Door de opkomst van andere
handelsrelaties en nieuwe communicatiemiddelen kwam een einde aan een
levensstijl die 700-800 jaar had stand gehouden.
De mijnstad Røros
De
structuur en bebouwing van de stad weerspiegelen de bestaansgronden van de
gemeenschap – landbouw en mijnbouw. De mijnbouw in Røros begon in 1644 en de
mijnen waren tot 1977 continu in bedrijf. De nederzetting groeide uit langs de
rivier Hitterelva, die de energie voor de koperfabrieken leverde. In 1678
brandde de stad grotendeels af en een jaar later was dit opnieuw het geval.
Toen de stad herbouwd werd, hielden de planologen het ruitvormige
stratenpatroon uit de Renaissance aan. De bebouwing van Røros heeft zich
langzaam en zonder verdere drama's verder ontwikkeld en de gebouwen in de stad
illustreren ontwikkelingen vanaf de 18e eeuw tot heden.
Rotstekeningen van
Alta
In Alta is
een belangrijke verzameling rotstekeningen te vinden, die bezoekers inzicht
bieden in het leven en het wereldbeeld van de mensen die daar 6000 jaar
geleden leefden. In 1973 werden bij toeval de eerste rotstekeningen in dit
gebied ontdekt. Sindsdien zijn op vijf verschillende locaties in totaal zo'n
3.000 rotstekeningen gevonden. De afbeeldingen zijn gedurende een lange
periode ontstaan. De oudste tekeningen werden meer dan 6200 jaar geleden in de
rotsen gebeiteld, terwijl de jongste 2500 jaar oud zijn.
De staafkerk van Urnes
De staafkerk van
Urnes neemt een unieke plaats in te midden van de 28 resterende staafkerken in
Noorwegen zowel wat betreft de architectuur als de stijlgeschiedenis. De kerk
werd in de tweede helft van de 12e eeuw gebouwd als een privé-kerk voor een
machtige familie in Urnes en is een van de oudste en best bewaarde staafkerken
van Noorwegen. De kerk heeft uitzonderlijk mooi houtsnijwerk dat getuigt van
de grote vakbekwaamheid van de bouwers, en het interieur van de kerk is
bijzonder rijk versierd. De bouwlieden waren kennelijk op de hoogte van de
destijds gangbare internationale trends op het gebied van architectuur en
wisten deze op ingenieuze wijze om te zetten van steen in hout.
De Vega-archipel
Dit 1037 vierkante
kilometer grote gebied bestaat uit een open cultuurlandschap met talloze
eilanden, rotseilandjes en scheren. In dit gebied is de afgelopen tienduizend
jaar vangst en visserij bedreven. Vanaf het moment dat de eerste eilanden
werden bewoond, ontstond er een karakteristiek landschap als gevolg van de
wisselwerking tussen de vissende boeren en de onherbergzame, maar rijke
natuur.
Het West-Noorse
fjordenlandschap
De Geirangerfjord en
de Nærøyfjord vormen samen het werelderfgoed West-Noors fjordenlandschap. Deze
twee spectaculaire fjorden zijn typische voorbeelden van het klassieke
fjordenlandschap en bieden unieke natuurervaringen. De menselijke invloed is
gering en buiten de bebouwde gebieden hebben er geen grote technische ingrepen
plaatsgevonden in de fjorden. Samen vormen ze dan ook het grootste ongerepte
fjordengebied van Noorwegen en internationaal gezien kennen ze hun gelijke
niet.
De geodetische boog
van Struve
De geodetische boog
van Struve was de eerste, grootschalige wetenschappelijke opmeting in Europa.
De meting vond plaats tussen 1816 en 1852 onder leiding van Friedrich Georg
Wilhelm Struve. De geodetische boog van Struve neemt een belangrijke plaats in
in de geschiedenis van de aardwetenschap. Het werelderfgoed bestaat uit 34
punten in de 10 landen die de geodetische boog doorkruist; Noorwegen, Zweden,
Finland, Rusland, Estland, Letland, Litouwen, Wit-Rusland, Moldavië en
Oekraïne.
Bron: het Noorse Directoraat voor Cultureel erfgoed